Home|Contact   
De Ongeluckige Voyage
De Ongeluckige Voyage

Bekijk de wrakplaats van de Batavia in GoogleEarth.

 

De Ongeluckige Voyage van 't Schip Batavia nae den Oost-Indien

Bron: Batavia. De terugkeer van een Retourschip, door Priska Gretler, Robert Parthesius en Ad van der Zee, Den Haag, 1991, Hoofdstuk 2. (uitverkocht en niet meer leverbaar)

Op 29 oktober 1628 geeft commandeur en VOC- opperkoopman Francisco Pelsaert het teken de ankers te lichten en de zeilen te hijsen. De eerste reis van het schip Batavia naar het Verre Oosten kan beginnen. Als de Batavia van de rede van Texel vertrekt, heeft zij ruim driehonderd opvarenden aan boord die aan het begin staan van een acht maanden durende reis en nog 15.000 zeemijlen voor de boeg hebben. De reis zal hen langs vreemde kusten en over onbekende zeeën voeren.

Verhalen doen de ronde over vroegere reizen toen matrozen en soldaten in de buurt van de equator waren bezweken onder de verzengende hitte en de niet te lessen dorst, of over door de storm opgezweepte zeeën die aan veel scheepsvolk het leven hadden gekost. Ondanks deze verhalen gaan zij op reis. Sommigen zoeken het avontuur en willen de routine van het dagelijks leven aan wal ontvluchten. Anderen zijn de schulden boven het hoofd gegroeid en vinden de ontberingen op een schip draaglijker dan een armoedig bestaan thuis. Zij allen hopen op een voorspoedige reis en dat het schip Batavia hen veilig naar de eindbestemming, het gelijknamige steunpunt van de Verenigde Oostindische Compagnie op Java, zal brengen.

Maar het zou anders lopen: zeven maanden na het vertrek zou van het trotse vlaggeschip van de VOC niet veel meer over zijn.

In de nacht voor de noodlottige gebeurtenissen, op 4 juni 1629, stond de schipper, Adriaen Jacobszoon uit Durgerdam, op wacht. De reis was tot dan toe voorspoedig verlopen. Men had Kaap de Goede Hoop aangedaan, waarna door de schipper en zijn stuurlieden een oostelijke koers werd aangehouden. De gevaarlijke riffen voor de kust van het Zuidlandt, waar iedere schipper voor beducht moest zijn, waren volgens Adriaen Jacobszoon nog ver weg. Het oplichtende schuim in de verte hield hij dan ook voor een weerkaatsing van het maanlicht. Nog voordat hij zou worden afgelost, rukte echter een enorme klap alle opvarenden uit hun slaap. De schipper was ervan overtuigd dat er niets ernstigs aan de hand was en meende dat het schip alleen op een ondiepte was gelopen, vergelijkbaar met de zandbanken in de Nederlandse wateren. Hij gaf daarom opdracht het anker aan de achterkant uit te brengen, in de hoop het schip bij hoogwater weer vlot te kunnen trekken. Maar het werd geen vloed, het tij nam af en het werd duidelijk dat de schipper een grote vergissing had gemaakt: het schip had te lang een oostelijke koers aangehouden en was op de gevreesde ‘Houtman drooghten’ gelopen. Tot overmaat van ramp stak er ook nog een storm op en begon het: ‘ontrent het schip te storten ende branden, dat men door het stooten van’t schip niet langer staan, ofte gaan konde’. Tegen dit natuurgeweld was geen schip bestand: enkele uren na de straning brak de achterspiegel van het schip af en kon het water ongehinderd het ruim binnendringen. (Bekijk de wrakplaats in GoogleEarth.)

Het werd de hoogste tijd om de opvarenden in veiligheid te brengen. Geluk bij een ongeluk was dat in de buurt van het wrak verschillende eilanden lagen die bij vloed niet onderstroomden. Met de sloep en een kleinere boot werden de schipbreukelingen aan land gebracht. Francisco Pelsaert was degene die verantwoordelijk was voor het welzijn van bemanning en passagiers van de Batavia. Als opperkoopman was het bovendien zijn voornaamste taak om de materiële belangen van de VOC te behartigen. Aan boord bevonden zich kostbare goederen zoals de geldkisten en het kistje met de juwelen waarmee de Compagnie de aankopen van haar handelswaar wilde betalen.

Hoe zwaar de handelsbelangen op de schepen van de Compagnie wogen, bewijst het gegeven dat de opperkoopman en niet de schipper het hoogste gezag aan boord vertegenwoordigde. Aan boord van een Oostindiëvaarder, waar ruim driehonderd mensen maandenlang samen moesten leven en werken, was het van groot belang dat er een strakke hiërarchie en strenge tucht heerste. Pelsaert was tegen deze taak niet helemaal opgewassen. Gedurende de reis lag hij vaak ziek in zijn kooi, zodat hij veel aan de schipper en zijn andere ondergeschikten moest overlaten.

Ook als het erop aankwam, toonde Pelsaert zich geen doortastende gezaghebber. Zo had zich al voordat het schip Kaap de Goede Hoop bereikte een incident voorgedaan. De schipper had namelijk zijn oog op de passagiere Lucretia Jans laten vallen en zich dermate aan de jonge vrouw opgedrongen dat het op het schip niet onopgemerkt was gebleven. Deze Lucretia was echter niet gecharmeerd van de avances van Adriaen Jacobszoon. De schipper liep een blauwtje, hetgeen hij niet zo gemakkelijk kon verkroppen. Hij nam daarna wraak door het scheepsvolk zodanig op te stoken dat een groep matrozen Lucretia uit bed sleurde en met pek insmeerde. Zo werd haar betaald gezet dat zij de schipper had afgewezen. Francisco Pelsaert was hiervan op de hoogte geweest, maar met slechts enkele vermaningen aan het adres van de schipper had hij de zaak afgedaan. Zijn slap optreden wreekte zich uiteindelijk bij de stranding van de Batavia. Toen Pelsaert een groep soldaten en matrozen opdracht gaf de lading en contanten uit het wrak te bergen, weigerden zij dit botweg. Zij zagen hun kans schoon en gingen zich liever te buiten aan de jenever en wijn, dan dat zij hun leven waagden voor de berging van de lading. Het ontbrak Pelsaert aan gezag om deze ‘godloosen ongeregelden hoop, soo soldaten, als bootsgezellen met haar consorten’ weer in het gareel te krijgen.

De balans van de ramzalige dag was droevig: van de 341 opvarenden waren er veertig in de branding verdronken. 220 schipbreukelingen hadden het er voorlopig levend van afgebracht en konden met slechts 20 vaten brood en enige tonnetjes water worden overgebracht naar twee eilanden. De rest van de bemanning, onder wie de onderkoopman Jeronimus Corneliszoon, bevond zich al dan niet dronken nog steeds op het wrak. De overlevenden van de scheepsramp wachtte een onzekere toekomst. Het weinige regenwater dat in zeildoeken kon worden opgevangen, moest onder de vele schipbreukelingen worden verdeeld. Ander drinkwater was er niet op de eilanden. Uit wanhoop dronken diegenen die hun dorst niet konden bedwingen water uit zee. Als gevolg daarvan stierven twintig volwassenen en negen kinderen. Met wat er aan hout en ander materiaal aan land was gespoeld, bouwden de overlevenden zo goed en zo kwaad het ging hutten die hen moesten beschermen tegen zon en regen. Hoofdbestanddeel van hun maaltijden waren voortaan vis en schelpdieren.

Onder de schipbreukelingen bevond zich een groot aantal passagiers, zoals het achtkoppige gezin van de predikant Bastiaens en de vrouwen en kinderen van soldaten en hogere bemanningsleden. Lucretia Jans, de vrouw die door de schipper werd belaagd, had de lange zeereis ondernomen om in het huwelijk te treden met Boudewijn van der Mijlen, onderkoopman in Batavia voor de Compagnie. Er waren doorgewinterde matrozen bij maar ook scheepsjongens die voor het eerst naar zee waren gegaan; soldaten die een contingent militairen in Batavia zouden aflossen, hogere officieren en ambachtslieden. Net als de anderen konden zij slechts het vege lijf redden. Van hun schamele bezittingen bleef niets over. Alle passagiers, matrozen of soldaten wilden overleven, maar wisten ook dat hun overlevingskansen gering waren zonder voldoende drinkwater.

De dag na de stranding ging onder leiding van Francisco Pelsaert een groepje mensen met de sloep en het bootje op zoek naar water. Behalve wat brak water op omliggende eilanden en een kortstondige ontmoeting op het vaste land met de oorspronkelijke bevolking van Australië, leverde deze zoektocht niets op. In plaats van terug te keren naar de andere schipbreukelingen op de eilanden besloten de inzittenden van de boten de lange en gewaagde reis naar Java te ondernemen. Zij wisten dat hulp vanuit Batavia de enige redding zou kunnen zijn voor de achtergeblevenen. Er kunnen ook andere motieven meegespeeld hebben bij hun besluit om niet terug te keren. Het was ook niet toevallig dat behalve Pelsaert de hogere officieren, de schipper Adriaen Jacobszoon, de opper- en onderstuurman, de hoogsbootsman en de hoofd-trompetter in de sloep plaatsnamen. Bekommerde de scheepselite zich soms alleen om haar eigen hachje? Francisco Pelsaert deed in elk geval niets om te voorkomen dat de aan hem toevertrouwde bemanning en passagiers aan hun lot werden overgelaten. De inzittenden van de sloep zouden hem, zoals hij later in een rapport zou schrijven, ertoe gedwongen hebben om niet naar de achterblijvers terug te keren. Zij bleven daardoor in het ongewisse achter. Menigeen die de sloep en de boot aan de horizon zag verdwijnen en tevergeefs op de terugkomst wachtte, heeft waarschijnlijk eerder gedacht aan het gezegde ‘de ratten verlaten het zinkende schip’ dan aan het idee van een spoedige redding. Toch lukte het Francisco Pelsaert en 48 medereizigers de lange tocht met de sloep af te leggen en de stad Batavia te bereiken.

Ruim twee maanden later keerde de opperkoopman op het jacht Saerdam terug. Voor velen was de redding echter te laat gekomen. Niet het gebrek aan water had hun dood veroorzaakt, als wel de chaos en muiterij op de eilanden. In de tussentijd had de onderkoopman Jeronimus Corneliszoon zich namelijk als leider ontpopt van een muitende bende en met een stel soldaten en bemanningsleden een waar schrikbewind uitgeoefend. Toen Pelsaert de eilanden bereikte, hadden de muiters al 120 doden, onder wie vrouwen en kinderen, op hun geweten. Het eiland waar al dit gruwelijks gebeurde, kreeg later de toepasselijke naam ‘Batavia’s Kerkhof'.

Slechts een groep soldaten op een ander eiland had weerstand weten te bieden aan de muiters en kon de op de Saerdam terugkerende Francisco Pelsaert tijdig waarschuwen. Gewapenderhand overwon Pelsaert en nam de bende gevangen. Hij verhoorde persoonlijk de muiters en getuigen. Door martelingen en confrontaties kwam hij te weten wat zich tijdens zijn afwezigheid had afgespeeld. Zo bleek dat de hoogbootsman en de schipper al tijdens de reis van plan waren geweest te muiten en dat de hoogbootsman ‘met meer andere daar toe sabels in de koijen hadden leggen’. Zij hadden alleen nog naar een goed moment gezocht om toe te slaan. Dit moment had zich niet voorgedaan. Anderen, onder leiding van Jeronimus Cornelisz., hadden tenslotte de plannen van de schipper en hoog-bootsman uitgevoerd toen het schip eenmaal gestrand was. Het was de bedoeling van de muiters geweest een voorbijkomend schip te kapen en als piraten of in dienst van Spanje hun brood te verdienen.

De straffen voor de moord op zovele onschuldigen en voor de muiterij waren niet mis. De aanvoerder Jeronimus Corneliszoon en zeven van zijn handlangers kregen de strop. Van sommigen hakte de beul voor de voltrekking van het doodvonnis eerst nog de handen af. Anderen werden veroordeeld tot straffen als kielhalen of zweepslagen. Twee muiters werden op de terugtocht naar Batavia op het vaste land van Australië aan hun lot overgelaten en kunnen we beschouwen als de eerste, zij het onvrijwillige, Nederlandse immigranten.

Van de 341 opvarenden hebben uiteindelijk 68 mannen, 7 vrouwen en 2 kinderen de ramp overleefd. Lucretia kwam weliswaar in Batavia aan, maar haar aanstaande echtgenoot bleek inmiddels te zijn overleden. Een jaar later trouwde zij alsnog met Jacob Corneliszoon Cuick, sergeant van het VOC-leger in Batavia. Van het predikantengezin keerden echter alleen de predikant zelf en één van zijn dochters terug. Francisco Pelsaert heeft ogenschijnlijk zijn plicht gedaan. Duikers die door hem op de Saerdam waren meegebracht, hebben nog tien kisten met contanten, zilveren fruitschalen en twee kanonnen opgevist. Meer dan dat gaf de zee niet prijs. Pelsaert werd later benoemd in een hoge functie in Batavia, maar lang heeft hij niet van zijn promotie kunnen genieten. In 1630 overleed hij op 35-jarige leeftijd. Juwelen die hij voor zijn dood nog had laten overkomen om ze te verkopen, werden door de Compagnie geconfisqueerd. De opbrengst van de verkoop vloeide in de kas van zijn werkgever.

Slechts het journaal, dat hij na de stranding van de Batavia had bijgehouden, zou nog aan hem blijven herinneren. Tientallen anderen lieten niets achter dat aan hen kon herinneren. Naamloos hebben zij het leven gelaten. De reis van de Batavia en de daarop volgende rampspoed aan de westkust van Australië ging terecht de geschiedenis in als de ‘Ongeluckige voyagie van ’t schip Batavia nae de Oost—Indien’.

 

  naar boven  

 

Lijst van opvarenden Batavia 1628

(Bron: Henrietta Drake Brockman, Voyage to disaster, The life of Francisco Pelsaert, London, 1963)

Niet alle namen van de 303 bemanningsleden en de 38 passagiers zijn overgeleverd, daarom is de hierna volgende lijst helaas niet compleet.

  • opperkoopman Francisco Pelsaert
  • onderkoopman Jeronimus Cornelisz
  • assistent Salomon Deschamps
  • boekhouders Gijsbert Bastiaensz, zoon van de predikant, Daniel Cornelisz, Hendrick Denys, Isbrant Isbrantsz, Cornelis Jansz, Andries de Vries, Davidt Zevanck
  • predikant Gijsbert Bastiaensz
  • provoost Pieter Jansz
  • schipper Adriaen Jacobsz
  • opperstuurman Claas Gerritsz
  • onderstuurman Gillis Fransz, Jacop Jansz
  • hoogbootsman Jan Evertsz
  • konstapel naam onbekend
  • opperbarbier Mr. Frans Jansz
  • onderbarbier Aris Jansz
  • verse balie Reyndert Hendricxsz, Lucas Gerritsz
  • kok naam onbekend
  • kajuitsdienaren Rogier Decker, Jan Pelgrom de Bye
  • kwartiermeester Harman Nannings
  • bootsman Pauls Barentsz
  • bootsmansmaat naam onbekend
  • smid Gillis Phillipsz
  • slotemaker Rutger Fredericxsz
  • opperkuiper Jan Willemsz Selyns
  • kuiper Jacob Jacopsz
  • tuinman Jan Gerritsz
  • kleermaker Jacop de Vos
  • matrozen Pieter Arentsz, Jan Cornelis, Gerrit Haas, Bessel Jansz, Jeurian Jansz, Obbe Jansz, Cornelis Jansz ‘Boontje’, Pieter Lambertsz, Wagenaars I, Wagenaars II, Thomas Wensel, Gerrit Willemsz, Nicklaas Winckelhaack.
  • scheepstimmerlieden Hendrick Claasz, Warner Dircxsz, Jan Egbertsz, Hendricks Jacop, Hans Jacobs, Hendrick Jansz, Teunis Jansz, Egbert Roelofsz, Stoffel Stoffelsz.
  • scheepsjongens Cornelis Arentsz, Andries de Bruyn, Fran Fransz, Abraham Gerritsz, Claas Harmansz van Campen, Smoert , plus het aantal onbekende namen van scheepsjongens die vermoord zijn.
  • busschieters Jan Carstensz , Cornelis Dircxsz, Jan Dircxsz, Arian Ariaanz, Passchier van den Ende, Hans, Abraham Hendricks, Jan Hendricx uit Den Haag, Abraham Jansz, Allert Jansz uit Assendelft, Jan Jansz Purmer, Ariaen Theuwissen, Ryckert Woutersz.
  • schotsman Wouter Joel
  • hoofdtrompettter Claes Jansz uit Dortrecht
  • oppertrompetter Jacob Groenewaldt
  • ondertrompetter Cornelis Pietersz ‘de Dikke’
  • adelborsten Daniel Cornelisz, Lucas Gellisz, Johan Jacobsz Heylwech, Allert Jansz uit Elsen, Coenraat van Huyssen, Andries Liebent, Lenart Michielsz van Os, Hans Radder, Otto Smit, Gysbert van Welderen, Olivier van Welderen.
  • korporaal Gabriel Jacopsz
  • vice-korporaal Jacop Pietersz ‘Cosijn’
  • soldaten Mattys Beer, Teunis Claasz, Hendrick Jaspersz ‘Cloet’, Hans Fredericxsz, Dirck Gerritsz, Hans Hardens, Wiebbe Hayes, Claas Harmansz uit Maagdenborgh, Cornelis Helmigs, Jan Hendricxsz uit Bremen, Hendrick Jansz ‘Maftken’, Andries Jonas van Luyck, Wouter Loos, Jan Michielsz ‘Doof’, Cornelis Pietersz uit Utrecht, Jan Pinten, Cristoffel Quist, Marcus Symonsz.
  • franse soldaten Jacques Pilman, Jean Bonvier, Eduward Coo, Jean Coos deSally, Jean Reynouw, Jean Thiriou, Thomas de Villiers, Jean Hongaar
  • passagiers Maria Schepens, echtgenote van Gijsbert Bastiaensz, predikant; Judith Bastiaens, oudste dochter; Willemyntgie, middelste dochter; jongste dochter, naam onbekend; Roelant, zoontje; twee zonen, namen onbekend. Wybrecht Claasz, dienstbode van de fam. Bastiaensz . Lucretia Jansz, Zwaantie Hendrix, dienstbode van Lucretia Jans. Echtgenote van Pieter Jansz, provoost; haar kind, naam onbekend. Claudine Patoys echtgenote van soldaat Claas Harmansz, en haar kind. Anneken Hardens, echtgenote van Hans Hardens, soldaat, Hilletje Hardens, dochtertje van 6 jaar. Laurentia Thomasz, echtgenote van Gabriel Jacopsz, korporaal. Gertje Willemsz, weduwe. Anneken Jansz, echtgenote van Jan Carstensz, busschieter. Janeken Gist, echtgenote van Jan Hendricx, busschieter. Mayken Soers. Tryntgien Fredricxs, echtgenote van Claas Jansz, hoofdtrompetter. Sussie Fredricx, zuster van Tryntgien. Marretgie Louys. Mayken Cardoes en haar kindje. Drie kinderen, namen onbekend.

 

  naar boven  

 

Uit het Scheepsjournaal van Francisco Pelsaert:

Bron: P. Gretler, R. Parthesius, A. van der Zee, Batavia, de terugkeer van een Retourschip, Den Haag, 1991.

Notitie van wat er met de bemanning van de Batavia gebeurd is:

  • Voor de reis gedeserteerd, ‘als schelmenpersoonen’: 6 personen.
  • Onderweg aan scheurbuik en ziekte gestorven: 10 personen.
  • Tijdens de schipbreuk verdronken: 40 personen.
  • Op ‘Batavia's Kerkhof’ gestorven door ziekte en het drinken van zout water: 20 personen.
  • Met de boot te Batavia gearriveerd: 45 personen.
  • Door Jeronimus Corneliszoon vermoord, ‘soo met verdrincken, worgen, hals affsnyden als doothacken’: 96 personen.
  • Muiters tijdens arrestatie doodgeslagen: 4 personen.
  • Op Robbeneiland terechtgesteld, ‘van principale moorders opgehangen’: 7 personen.
  • Op Zuydlandt aan de wal gezet: 2 personen.
  • Tijdens de reis met het bootje naar Batavia verongelukt: 2 personen.
  • Met het jacht Saerdam naar Batavia gebracht: 68 personen.

     

Totaal 303 personen.

Betreffende de 38 passagiers :

  • Van ziekte en dorst zijn er 9 kinderen en 1 vrouw gestorven
  • 7 kinderen en 12 vrouwen werden door de muiters omgebracht

7 vrouwen en 2 kinderen zijn uiteindelijk nog levend in Batavia aangekomen.

 

© Priska Gretler / Bataviawerf, Lelystad NL / Sdu Uitgeverij

Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter

Tweet wordt geladen...
Volg op Twitter >

Laatste Facebook bericht wordt geladen...
Volg op Facebook >

Copyright 2009 Bataviawerf, Ontwikkeling & Realisatie PM Webdesign, Swifterbant
Volg ons op Twitter
Bekijk ons op Flickr
Bekijk ons op You Tube