Home|Contact   
Het beeldsnijwerk van de Batavia
Het beeldsnijwerk van de Batavia

Het beeldsnijwerk van de Batavia

© Bataviawerf, Lelystad NL / Robert Parthesius, Cees van Soestbergen

Het hiernavolgende stuk is een enigszins verkorte weergave van een artikel dat in 1991 verschenen is als 'De Scheepsversiering' in Batavia Cahier 2. Dit Batavia Cahier bevat meerdere artikelen over bouw en historische achtergronden van de Batavia. Cahier 2 is evenals de overige Cahiers rijk geïllustreerd en is te koop in de winkel op de Bataviawerf. Het wordt regelmatig herdukt.

Over de auteurs:
Cees van Soestbergen heeft als meester-beeldsnijder het snijwerk voor de Batavia kunsthistorisch onderzocht en ook daadwerkelijk uitgevoerd. Van 1987 tot 1996 was hij in dienst van de Bataviawerf en gaf hij leiding aan een team van beeldsnijders.
Robert Parthesius heeft vanaf 1986 tot 1994 als historicus in dienst van de Bataviawerf leiding gegeven aan het historisch (archief-)onderzoek naar de Batavia.

 

Beeldsnijwerk Batavia, algemeen

galjoensleeuw batavia Een in het oog springend onderdeel van een 17de-eeuwse Oostindiëvaarder is de versiering. Op contemporaine afbeeldingen valt de rijkdom op waarmee de 17de-eeuwse schepen versierd waren in vergelijking met bijvoorbeeld de 18de-eeuwse schepen. In vele opzichten kan de 17de eeuw als hoogtepunt van deze ontwikkeling gezien worden. Voor een volledige reconstructie van een 17de-eeuwse Oostindiëvaarder moet dus ook aandacht worden besteed aan dit onderdeel.
Sinds 1985 wordt hiernaar een uitgebreide studie verricht. Deze studie nam een bijzondere plaats in omdat het een andere aanpak vergde dan de studie naar de scheepsbouw waarbij uiteindelijk een "logische" bouwkundige constructie moest worden gereconstrueerd.
Op het eerste gezicht vormde de scheepsornamentiek een tamelijk willekeurig onderdeel van het schip; literatuur over dit onderwerp is uiterst schaars. Om toch tot een verantwoorde reconstructie te komen zijn voor het onderzoek een aantal stappen genomen.

Allereerst moest worden vastgesteld op welke delen van het schip versiering geplaatst kon worden. Hiertoe zijn de schaarse vermeldingen over de scheepssier in de 17de-eeuwse scheepsbouwkundige verhandelingen geïnventariseerd. Daarnaast is een uitgebreide documentatie aangelegd van relevante afbeeldingen.
Voor het onderzoek is ook gebruik gemaakt van de overvloed aan afbeeldingen van oorlogschepen uit de eerste helft van de 17de eeuw. Hoewel het voorop gestelde idee was dat een Oosindiëvaarder, als handelsschip, minder versierd zou zijn als een oorlogschip bleek er tijdens het onderzoek weinig verschil tussen beide schepen. Een verklaring hiervoor zou in de expliciete militaire taak van een Oosindiëvaarder gevonden kunnen worden: de VOC voerde namens de Staat het gezag in Zuid-Oost Azië. De Oostindiëvaarder diende hierbij als instrument. Deze veronderstelling wordt ondersteund door het feit dat zeker tot in de jaren vijftig van de 17de eeuw tussen de VOC en de Admiraliteit schepen werden uitgewisseld.

Als derde punt van deze stap moet de "Vasa" genoemd worden. Als geconserveerd wrak uit 1628, met een vrijwel intacte versiering, vormt het een unieke bron voor 17de eeuwse scheepsversiering. Maar omdat de functie van het schip, vlaggenschip van de Zweedse marine, verschilde van de functie van een Oostindiëvaarder kan het niet als direct voorbeeld gelden. Het kan ons echter wel een kader aanleveren van de mogelijkheden van het versieren van een vergelijkbare scheepsconstructie.

Als tweede stap moest worden vastgesteld welke soorten versiering op de verschillende plaatsen voorkwamen. De volgende categorieën konden worden onderscheiden:

  • lijstwerk
  • loof- en bladwerk
  • groteske maskers
  • halffiguren
  • beelden ten voeten uit
  • wapens
  • schilderingen

Centraal in ons onderzoek stond de vraag welke functie de scheepsversiering vervulde. Van oudsher hebben versieringen een mystiek-religeuze rol gespeeld. Te denken valt bijvoorbeeld aan het "wakend oog" waarmee de klassieken hun schepen uitrustten of de afschrikwekkende drakenkoppen van de Vikingen. Deze zuiver functionele versiering zal later verworden tot minder functionele ornamentiek. Hoewel niet zeker is of de scheepsversiering in de 17de eeuw nog een functionele rol speelde, leek het ons een goed uitgangspunt bij de indeling van de versieringen van een onderliggende functie uit te gaan. Ons inziens kunnen twee functies worden onderscheiden:

Een naar buiten gerichte functie:
Scheepssier als middel om vriend en vijand te imponeren. Dit verwijst, ten aanzien van een Oostindiëvaarder, voornamelijk naar de vijanden die men tegen kon komen, en naar de handelsbelangen, die men moest vestigen en verdedigen.

Een naar binnen gerichte functie:
De scheepsversiering als bewaker van het schip en haar bemanning. Kwade invloeden van buiten moesten worden afgeschrikt en de orde aan boord moest worden gehandhaafd.

Ten aanzien van de eerste functie kan men zich voorstellen dat men zich hiervan in de 17de eeuw nog bewust was. Voor de tweede functie zal dit minder duidelijk gelegen hebben. Ter ondersteuning van het idee dat de functie ook zijn neerslag vond op de indeling van de versiering, is een uitgebreid onderzoek hiernaar op de "Vasa" verricht. Vooruitlopend op de publicatie van de resultaten van dit onderzoek, kan wel gesteld worden dat dit verrassende resultaten heeft opgeleverd. De aangebrachte figuratieve versiering is zo geplaatst dat de kijklijnen van de ogen van deze beelden alle plaatsen rond het schip bestrijken. Hierdoor onstaat als het ware een geometrisch bewakingssysteem. Ons realiserend dat het hier om een enkelvoudig bewijs gaat hebben we toch besloten om dit ordeningsprincipe toe te passen op de reconstructie van de Batavia.

Nadat een uitgangspunt was geformuleerd voor de plaats, soort en functie van de scheepsversiering, zoals dat op een 17de eeuwse Oostindiëvaarder gezeten zou kunnen hebben, moesten nog twee belangrijke stappen worden gezet.
Als logisch vervolg moest een reconstructie plaatsvinden van het thema dat door de scheepsversiering werd uitgebeeld. Met andere woorden: welk verhaal wordt verteld? Ook hier moet onderscheid worden gemaakt tussen verschillende groepen.

Ten eerste: versiering, die algemene symbolen of expliciet nautische elementen vertegenwoordigen: bijvoorbeeld de "Hollandse Leeuw", het wapen, zuivere renaissance versieringen als groteske maskers en Romeinse krijgers, of nautische symbolen als: dolfijnen en zeegoden. Ten tweede: beelden, die direct betrekking hebben op de naam van het schip: "Batavia".

Ten aanzien van de eerste groep geldt dat deze zo algemeen gebruikt werden dat kon worden volstaan met de inventarisatie van de aanwezigheid op scheepsafbeeldingen.
De tweede groep vormde een uniek gegeven dat uitsluitend op grond van kunsthistorisch onderzoek kon worden gereconstrueerd. Hiertoe is een studie verricht naar de inhoud van het thema "Batavia" zoals dat aan het begin van de 17de eeuw werd gehanteerd in de beeldende kunst maar ook in literaire werken.
Dit onderzoek, waar later ook uitgebreid op in wordt gegaan, leverde het verhaal op dat door de resterende beelden verteld moest worden. Het thema "Batavia" verwees, vooral in het begin van de 17de eeuw, naar de strijd van de Nederlanden tegen de Spaanse overheersing. Als rechtvaardiging voor deze strijd werd verwezen naar de Bataafse opstand van 69 na Chr. van de toenmalige bewoners van de Nederlanden tegen de overheersing van de Romeinen. Aan deze strijd ontleenden de opstandelingen de soevereine rechten over de Nederlanden en dus de rechtvaardiging om tegen de Spaanse koning in opstand te komen. Als symbolen werden vooral de leiders van de opstanden en de volgelingen onder de oorspronkelijk bewoners. Voor de Bataafse opstand was dit Claudius (Julius) Civilis, voor de 16de eeuwse opstand was dit Willem van Oranje. De oorspronkelijke bewoners werden uitgebeeld als Bataafse krijgers.

De laatste stap vormde de ambachtelijke vertaling van de informatie. Deze essentiële stap kan uitsluitend door mensen worden genomen, die op de hoogte zijn van de mogelijkheden van het materiaal en van de technieken die worden gebruikt. Uitgebreid aandacht werd besteed aan de stijl die in deze periode door het ambacht werd gebruikt. Als basis hiervoor is een fotodocumentatie aangelegd van materiële voorbeelden uit die tijd: scheepsversiering maar ook ornamenten in de architectuur. Daarnaast zijn ook tientallen contemporaine ornamentprenten verzameld, waarin de voorbeelden en de stijl voor het ambacht waren vastgelegd.
Aan de hand van deze documentatie kon een stijl, een grammatica, worden vastgesteld, die voor de reconstructie van de versiering op de "Batavia" verantwoord is.

In het nu volgende deel van dit eerste artikel zal door de ambachtelijk beeld- en ornamentsnijder Cees van Soestbergen op de stijlkarakteristieken worden ingegaan. 

naar boven

Stijl- en stijlkarakteristieken

Gothiek

De Renaissance werd voorafgegaan door de laat-middeleeuwse gothiek, welke in onze streken, door een rijke middeleeuwse vormentaal en het voortreffelijke vakmanschap, op een kwalitatief hoog niveau stond. De Gelderse-, Noord- en Zuidnederlandse stijlstromingen werden internationaal gerespecteerd vanwege haar karakter-eigen opvattingen. De gilden waren goed georganiseerd en er waren sterke cultuurcentra. Utrecht was bijvoorbeeld zo'n plaats waar handel, kunst en wetenschap nauw met elkaar verbonden waren en waar deze mede voor bloei en welvaart zorgden. De kerk gaf vele opdrachten en de Bourgondische vormentaal kreeg haar eigen stijlvorm. Deze centra zijn later door de aanwezige kwaliteit en kennis ook de plaatsen geweest van waaruit de Renaissance tot ontwikkeling en bloei kwam. Antwerpen en Utrecht bijvoorbeeld werden later in de 16e eeuw mede-dragers van de uitingen van de "nieuwe tijd". 

naar boven

Renaissance

Uitgangspunt van de renaissancestijl vormde de klassieke oudheid. Met name de opgegraven vondsten van de "grotti" in Rome (kelders van de Domus Aurum van Nero) inspireerden de kunstenaars. Langzamerhand ontstond een bonte verzameling "grotesken" die vervat in klassieke stijl- en lijstwerken uitgroeide tot de nieuwe stijl in de ornamentiek. Bovendien tekenden en maten kunstenaars in Italië oude gebouwen op. Hierdoor ontstonden onder andere de zogenaamde "ordeboeken". Een zuivere optekening van waarnemingen, gedaan aan bouw- en beeldhouwwerken.

Ook vindt men in deze ordeboeken de mathematische uiteenzettingen en de opdeling der verhoudingen, uitgedrukt in "moduul"-maten. Men nam een bepaalde maat, n.l. de doorsnede van de basis van een kolom en gebruikte die doorsnede-maat dan als "moduul" voor alle maten binnen zo'n gebouw.

Een pilaar was een aantal moduulmaten lang en breed evenals alle lengte-, breedte- en hoogte maten van het gebouw. Het bewuste gebruik van de "modulen" zou een gebouw in perfecte harmonie brengen want de harmonie was voor de renaissance-mens tot een hoog ideaal verheven. Deze perfecte harmonie vond men in de kosmos, maar ook in het menselijk lichaam, immers allen deel van de perfecte schepping.En op die manier werd voordurend gezocht naar evenwicht in bouwen en decoreren, in denken en voelen. 

naar boven

 

Barok

De Renaissance werd opgevolgd door de periode van de Barok, een uit de Renaissance ontstane vormentaal die door veranderingen in opvatting en smaak, haar eigen vormen ontwikkelde. Zo was het "kwabornament" een verbinding tussen het "rolwerkornament" van Hollanders als Hans Vredeman de Vries en de ornamentiek der midden 17de-eeuwse Hollandse barok.

Waar de barok zich ontwikkelde vanuit de Renaissance en daar verwantschap mee had, zo ontwikkelde de Renaissance zich niet uit de gotiek, maar sprong als het ware over de periode van de Middeleeuwen terug naar het oude Romeinse Rijk en haar vormentaal. Dit was een gevolg van het zoeken naar bevrijding uit het sterk door religie en kerk beheerste feodale systeem van de late Middeleeuwen.

 naar boven

 

De ornamentiek in de Renaissance

Het woord ‘ornament’ komt van het latijnse ‘ornare’ wat versieren betekent. Het ornament is dus een versiering, of, zoals in het 17de-eeuwse Nederlands, een ‘verciersel’. Deze ‘vercierselen’ werden meestal op verschillende onderdelen van gebouwen aangebracht.

Die bouwkundige onderdelen waren: basementen, pilaren, kapitelen, architraven, consoles, friezen, kroonlijsten, korbelen, moerbalken, trappen, lambrizeringen, deuren enz. Deze werden dan veelal rijk versierd met allerhande soorten ‘vercierselen’.

  • Op lijsten vond men bijvoorbeeld blad-, eier en knorpatronen. Er waren ook paternosterlijsten, vlechtwerklijsten, bloklijsten en tandlijsten.
  • Op pilasters trof men pilastervullingen aan met wapendragers of vazen met levensbomen of trofeeën of halffiguren.
  • Op basementen zag men rolwerk met maskers en grotesken of arabesken en draperieën.
  • Op kapitelen kwamen voluten voor met daaronder acanthusbladeren, eierlijstjes, paternosterlijstjes enz.
  • Op architraven rond de deuren vond men versierlijstwerk en consoles met voluten, guirlandes en festoenen of bladslingerwerk.
  • Op consoles, korbelen en balksleutels komt men maskers, grotesken, bloem- en vruchtguirlandes tegen, of rolwerk, of alleen voluten met acanthusbladeren.

naar boven

 

De Hollandse Renaissance

De renaissance-ornamentiek onderscheidt zich van de gothische ornamentiek die vooral in Noord-Europa gedurende . De Italiaanse renaissance-kunstenaars berschouwden deze gothiek als een stijl van heidenen en barbaren van boven de Alpen en heeft in Italië nooit goed voet aan de grond gekregen. Men greep daar altijd al terug naar de kunstenaars van de Oudheid. Vanaf de de late 15de eeuw klom deze Italiaanse stijl langzaam naar het Noorden, waar deze zich vermengde met al aanwezige elementen uit de Gothiek.

Pas in de loop van de 16de eeuw werden de kunstenaars in het Noorden, doordat zij naar Italië gingen reizen, zich ervan bewust dat men zich wel had laten inspireren door de Italiaanse oudheid, maar dat men door gebrek aan direct contact met Italië en een sterke middeleeuwse ambachtstraditie, een stijl had ontwikkeld die weinig met de klassieke bouw- en beeldhouwkunst te maken had. Men ging op zoek naar de échte voorbeelden en paste die toe in het eigen werk.

Belangrijke namen in dit verband zijn: Lucas van Leyden, de schilder; ornament-ontwerpers als Cornelis Bos, Cornelis Floris, Jacob Floris, Dirck Coornhert, Hans Vredeman de Vries en anderen. Zij gaven de Hollandse renaissance haar specifieke karakter.

Als bron werden Italiaanse ordeboeken gebruikt, zoals die van Palladio, Vignola en Scamozzi. De twee laatsten waren van groot belang voor de Nederlanden. Het idee om ordeboeken te schrijven was ontleend aan de klassieke Oudheid, namelijk de ‘Tien boeken over architectuur’ van Vitruvius.

Hans Vredeman de Vries was géén beeldhouwer, maar een uiterst productief ornament-ontwerper en graveur. Op basis van de ordeboeken van Vignola en Scamozzi kwam hij met eigen ordeboeken. Stijlspecifiek daarin was het ‘rolwerk-ornament’, dat in Nederland een eigen ontwikkeling doormaakte. Met zijn perspectiefstudies overspoelde hij de kunstenaars en zijn invloed was sterk aanwezig. In zijn ornamentatie liet hij zich op zijn beurt beïnvloeden door Cornelis Flors (de ‘Florisstijl’). Later zal deze invloed van Cornelis Floris nog duidelijk herkenbaar zijn binnen het maniërisme, zeker nog tot het eerste kwart van de 17de eeuw.

naar boven

Stijlkarakteristieken relevant voor de Batavia

In de eerste plaats is het rolwerk, zoals reeds aanwezig in de 16de eeuw en nadrukkelijk aanwezig bij Vredeman de Vries van groot belang. Ten aanzien van het figuratieve werk, zoals de grotesken, saters en maskers is Cornelis Floris degene die door alle vernaderingen heen tot in de periode van het maniërisme herkenbaar blijft. Binnen dit maniërisme van de late Renaissance kreeg al het werk een wat academisch karakter. Alle vormen waren al ontwikkeld en men ging over tot het perfectioneren ervan. Door de toenemende belangstelling voor de menselijke anatomie werd het figuratieve werk ook wat ‘anatomischer’ van karakter. Weloverwogen in harmonie gebracht kreeg alles, in gepaste soberheid, zijn plaats. De kunst van het weglaten begon terrein te winnen.

Rond 1628, de tijd van de bouw van de Batavia, is deze strengheid binnen de architectuur en het toegepaste ornament, volop mode. Als voorbeeld van deze ontwikkeling geldt de beeldhouwer en tevens architect Hendrick de Keyzer uit Amsterdam. Zijn ‘Huis met de Hoofden’ (1622) aan de Keizersgracht en het ‘Huis Bartolotti’ (1620) aan de Herengracht zijn uitingen van de nieuwe stijl. Tevens was De Keyzer ook exponent van een nieuwere stijl, namelijk de ‘barokke renaissance’ die in de rest van zijn ornamentiek een ontwikkeling laat zien die niet als bruikbaar voor de Batavia moet worden beschouwd. Dit geldt ook voor het in het eerste kwart van de 17de eeuw opgekomen ‘kwabornament’. Dit, door de zilversmid Paulus van Vianen (ca. 1570-1613) ontwikkelde ornament begon pas aan zijn opmars rond de eeuwwisseling. Het ornament werd door kunstenaars weliswaar geestdriftig ontvangen, maar was waarschijnlijk toch nog te modern voor de scheepsbouwers aan de Peperwerf in Amsterdam. Ervan uitgaande dat de hele scheepsbouw bepaald niet tot de avant-garde gerekend kon worden, is het aannemelijk dat van deze nieuwlichterijen geen gebruik werd gemaakt. Ook het feit dat de houtsnijders van 1628 als jongeling in het begin van de 17de eeuw waren opgeleid door leermeesters uit de 16de eeuw, maakt het denkbaar dat de ornamentiek op de schepen in zekere zin ‘ouderwets’ was.

Pas later, ná 1630, toen andere scheepstypen tot ontwikkeling kwamen, veranderde de stijl en het snijwerk. Gebaseerd op deze gedachten en verder in detail uitgewerkt, wordt het snijwerk in het atelier uitgevoerd met die ambachtelijke vrijheden die karakteristiek zijn voor stijl en ambacht.

© Bataviawerf, Lelystad NL / Robert Parthesius, Cees van Soestbergen

Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter

Tweet wordt geladen...
Volg op Twitter >

Laatste Facebook bericht wordt geladen...
Volg op Facebook >

Copyright 2009 Bataviawerf, Ontwikkeling & Realisatie PM Webdesign, Swifterbant
Volg ons op Twitter
Bekijk ons op Flickr
Bekijk ons op You Tube