Home|Contact   
Over hout en houtsoorten voor de Batavia
Over hout en houtsoorten voor de Batavia

 

 

 

Over hout en houtsoorten voor de Batavia

© Nan Porsius

Toen hout voor de scheepsbouw nog de belangrijkste grondstof was, zijn voor dit doel in de loop der eeuwen miljoenen bomen gekapt. In West-Europa werden na 1600 steeds meer en steeds grotere schepen gebouwd, waardoor de druk op de bestaande bossen enorm toenam. Landen als Engeland, Ierland, Schotland en Spanje zijn zodoende door de schaalvergroting in de scheepsbouw en de daarmee gepaard gaande roofbouw op de natuur bijna geheel ontbost geraakt.

17de-eeuwse bronnen over hout

Zijn verhaal larderend met allerlei wetenswaardigheden over scheepsbouw van de oude Egyptenaren en Grieken, bespreekt Nicolaas Witsen [1671] uitgebreid de eigenschappen van verschillende houtsoorten. Met betrekking tot de Nederlandse scheepsbouw zegt hij:

'In deze landen is het meest 'Eick daer men schepen van bout,'twelck tot ons van den Rijn en uit Westphalen werd gevoerd [...] Van 'Grenenhout' men insgelijkx schepen bout, dog dit valt licht en onsterker als het eiken, waerom het zelden tot schepen ten oorlog, of die zwaer gewelt hebben uit te staen werdt gebruickt[....] Dit hout wert uit Noorwegen en Oosten tot ons gebracht[...](4).

Vijfentwintig jaar later. in 1697, schrijft Cornelis van IJk hier het volgende over:

'T sijn de Eike,en niet de Vuure of Greine boomen,die men hier, alsook in de nabuurlanden tot de zwaare scheepsbouw heeft bequaam geoordeelt'.(5). Wat dit betreft is hij het dus met Witsen eens. Met betrekking tot de herkomst van - met name - het eikehout is hij echter veel preciezer dan Witsen, die,in tegenstelling tot van IJk ,mogelijk nooit zelf op houtmarkten actief heeft hoeven zijn.

Uit van IJk's verhaal spreekt vooral practische kennis van zaken. Bij hem vinden we nauwelijks verhalen over de oude Egyptenaren, maar des te meer over het onderscheid tussen rechte stukken,'sommers'geheten, kromhout en kniestukken, over prijzen en kwaliteiten. Met betrekking tot de oorsprong van de verschillende soorten eikehout, gaat van IJk uit van de houtmarkt waar deze te koop worden aangeboden.Op de markt van Dordrecht, die van IJk goed moet hebben gekend, vinden we die soorten die via Rijn en Maas worden aangevoerd. Deze worden dan bijvoorbeeld Rijnse of Naamse sommers genoemd. Gezaagd eikehout wordt aangeduid als"planken". Gezaagd vure- en grenehout als "deelen"(6).

Dordrecht was echter niet de enige houtmarkt, waar scheepsbouwers uit de Nederlanden hun grondstoffen kochten. Ook te Deventer en Hamburg werd veel hout verhandeld. Met betrekking tot de scheepsbouw in het Noordelijk gedeelte van Holland. [Amsterdam, Zaandam,Hoorn, en Enkhuizen] zegt van IJk:

'Wat nu den eikenhouthandel,in Hollands Noorder-deel aangaat; Westphalen, Brandenburg, Poolen, en geheel Duitsland, laten Amsterdam, Saerdam, Edam, Hoorn en Enkhuizen veel eike planken en swaare knien toekomen.'

Mogelijk werd dit direct vanaf de havens langs de Oostzee, of via de Deventer markt naar de scheepwerven vervoerd. De Noord-Hollandse havens lagen gunstig om het hout uit het noorden te ontvangen. De toenemende vraag en de langzame uitputting van de Duitse Rijnbossen ,tezamen met de lagere kosten van transport over zee, stelden het Oostzeehout in staat doeltreffend te wedijveren. Al omstreeks 1532 konden de scheepsbouwers niet meer buiten de toevoer van hout uit het Oostzeegebied.De kosten werden door de toenemende vraag lager, de toevoer stabieler (7). Het hout werd vernoemd naar de verschepingshaven, zodat we spreken van Hamburger, Koningsberger en Danziger planken. Dat de Koningsberger eike planken van uitstekende kwaliteit waren, erkend ook Witsen,(8) alhoewel hij het eikehout uit de Oostzee-landen geen bijzondere plaats geeft.

Eikehout [Zomereik Quercus robur; Wintereik Quercus petrea] werd vanwege zijn hardheid en duurzaamheid gebruikt voor de zware constructie onderdelen van het schip; voor andere onderdelen zoals masten en dekdelen, werd het lichtere grenen en vurehout gebruikt.Sommige goedkope schepen uit, met name de Zaanstreek, waren zelfs voor het overgrote deel van grenen gemaakt. Ook het grenen [Gove Den Pinus sylvestris] wordt volgens Van IJk vernoemd naar de rivier waarlangs, of de haven van waaruit het verscheept wordt. Het gebied van herkomst van grenehout omvat grofweg Scandinavië, de Duitse en Poolse Oostzeekust en de Baltische landen. Het grenen dat in Hamburg wordt verhandeld is weliswaar goedkoop, zegt Van IJk maar is ook minder van kwaliteit (9).

Het vurehout tenslotte, dat ook wel als "Noordse delen" wordt aangeduid,is afkomstig uit Scandinavie [Fijnspar Picea abies]. Het wordt gebruikt voor allerlei tussenschotten aan de binnenzijde van het schip, bij de konstapelskamer, de kombuis en dergelijke. Van IJk roemt dat van Koperwijk (10) als de beste kwaliteit vurehout. Deze roem heeft doorgelopen tot in de jaren 50 van deze eeuw!

Samenvattend kunnen we stellen dat volgen Witsen en Van IJk de Nederlandse scheepswerven in de 17de eeuw hun eikehout betrokken uit het stroomgebied van de Rijn, dan wel uit de Oostzeelanden, hun grenen uit het gehele Oostzeegebied en hun vuren uit Scandinavië.

naar boven

Hout bij de VOC

Helaas biedt het VOC-archief geen informatie over het hout dat midden jaren 20 van de 17de eeuw door de kamer Amsterdam van de VOC werd aangekocht en waarmee het schip "Batavia" is gebouwd. Dit zou immers uitsluitsel hebben gegeven over de soorten en herkomst van het hout. Wel beschikken we over archiefmateriaal dat ons een goed beeld verschaft over de inkoop van het hout van de VOC in de eerste jaren van haar bestaan. In Batavia Cahier 3 zijn reeds de "boekhoudjournaals" van de VOC-kamers als historische bron besproken en we zullen ze nu gebruiken om de herkomst van verschillende houtsoorten te achterhalen.

In het enige nog overgebleven boekhoudjournaal van de Kamer Amsterdam, dat de jaren 1603 tot 1608 beslaat (11), vinden we een schat aan informatie over hout. We moeten ons de situatie zo voorstellen dat de inkoop van hout bij lange na nog niet centraal door de VOC werd georganiseerd. Gevolg hiervan is dat de VOC-boekhouding wordt bevolkt door een schier eindeloze stoet handelaren en schippers die allemaal "hun balkje bijdroegen" aan de bouw van VOC schepen. Soms werd iemand uitbetaald voor de levering van slechts een balk, andere daarentegen voorzagen de Compagnieswerf van 400 balken ineens.

Om door de bomen het bos te blijven zien, hebben we ons voor een onderzoek beperkt tot de periode februari 1603 tot januari 1604. De verschillende houtsoorten worden in het journaal als volgt aangeduid:

Vuren balken

Eenmaal de nadere bepaling "Sandfigse balken". Verder geen mededelingen over de herkomst. De prijzen lopen uiteen van 5 stuivers voor een balk van 10 el, tot 2 gulden voor een balk van 16 el. Ook de kwaliteit zal hier hebben meegespeeld.

Delen [Vuren-grenehout]

Genoemd worden Denemercsche- Sanfigse- Pruijsche- Zweedse en Hamburger deelen. Ook hier sterk uiteenlopende prijzen van 40,= gulden per 100 tot 1,= gulden per stuk.

Balken

Men spreekt over "Balken" zonder nadere aanduiding, toch heb ik getracht een zekere duidelijkheid te zoeken aan de hand van de equipage. Er wordt aangevoerd en genoemd, vieren balken in prijzen van 30 stuivers tot 3 stuivers. Daarnaast noemt men balken in prijzen van 75=gulden tot 10=gulden. Mogelijk zijn deze laatste Eiken balken geweest. Een greep uit de equipagelijst;

6-5-1603 Steven Jansz van Storkum 195 balken a fl 39.10.00
5-6-1603 Adriaan Matijsz 34 viere [vuren] balken a 29 stuivers.
3-7-1603 Jacob Senten 5 balken voor fl 168= [totaal]

Planken

180- memelsche plancken 3.15.00 per stuk.
600 Courlandsche plancken 3 gulden per stuk.
1800 Coninxberger plancken in prijzen tussen de 4 en 5 gulden per stuk
350 Hamburger plancken a a 3 gulden per stuk.
485 kleine Deense plancken a 24 stuivers.

Kromhouten

Het overgrote deel is "Wesels cromhout" soms wordt melding gemaakt van een schip, schietschuit, samoreus, en/of partij. Een prijs per stuk is niet vast te stellen, ook niet bij benadering.

Kniestukken

Ook hier - vaak - een partij of een schip, knieen in enkele gevallen een specificatie bijvoorbeeld;

08-7-1603 Bart Gijsberts 17 grote knieen 200 gulden.
12-7-1603 Claes Dirckz 26 knieen 134 gulden.
26-7-1603 Claes Dirckz 38 knieen 288 gulden.

Masten

Op 13-8-1602 voert Houke Andriesz van Workum, schipper, volgens order van Pieter Dirksz Hasselaer en S.P.Sem, 51 masten aan, tegen een equipage van 927.14.00.

Op 14-8-1602 voert Luijtge Luijtgesz van Hinlopen, schipper, 79 masten aan, ook op order van Pieter Dirckz Hasselaer en S.P.Sem. Deze tegen een equipage van 1056.07.00.
Op 21-8-1603 voert Isaac Ouwerog 4 masten aan tegen een equipage van 300 gulden.

Overig

Een zeer grote hoeveelheid hout heeft betrekking op alle mogelijke onderdelen, soorten en gebruiksdoelen, waarbij slechts een enkele maal ook de herkomst wordt genoemd. Er wordt gesproken over; sparraven, capravens, berkoenen,wagenschot, masten, sparren, nagels, wiggen, claphout, brandhout, enzovoort(12).

In De beschrijvinghe van de Oostindische Compagnie van Mr. Pieter van Dam, vinden we nog enige nadere mededelingen, waardoor we inzicht krijgen in de overwegingen van de Compagnie om hout juist op zijn herkomst te beoordelen. In het werk van van Van Dam wordt een overzicht gegeven van alle besluitvorming van de VOC. De voorschriften van de Heeren Zeventien omtrent de te bouwen schepen, nemen daarbij een niet onbelangrijke plaats in. Volgens Van Dam is Rijns eikehout absoluut ongeschikt om schepen mee te bouwen "als gehouden wordende te wesen seer indurabel en verganckelijk"(13). De Kamer Amsterdam van de VOC zou om die reden uitsluitend hout uit Deventer betrekken, waar het zogeheten "Munsterse hout" werd verhandeld. Kielen van Amsterdamse schepen worden volgens Van Dam gewoonlijk gemaakt van Berlijnse of Silezische balken. Het Rijnsehout is weer bruikbaar voor die onderdelen die geen direct contact met zeewater hebben, zoals de overloopsbalken. Omdat Rijns hout een sterke kromming toestaat en dus buigzaam is, is het geschikt voor bochtige onderdelen, zoals de door Van Dam zo genoemde stoothouten(14).

Vanaf het begin van de Compagnie werden voor zware onderdelen, zoals kimwegers en berghouten, "Oostersche planken" gebruikt. Kniestukken betrok de VOC uit het gebied van de Weser en omstreken. De Hamburger planken werden volgens Van Dam vooral gekocht om naar Indie te verschepen en daar te gebruiken. Interessant is zijn mededeling dat deze Hamburger planken gebruikt werden voor scheepsboegen, omdat het inheemse djati-hout (=teak, 15) daar te onbuigzaam voor was. Kennelijk werd dat Indische hout - ook toen al - voor scheepsonderdelen gebriukt.

Samenvattend gesproken lijken de mededelingen van Van Dam, hoewel enigzins in tegenspraak met Witsen, goed aan te sluiten op hetgeen Van IJk meedeelt over de herkomst van het eikehout.

 naar boven

 

Vervoer van hout

Van oudsher werden schepen vooral gebouwd op die plaatsen waar hout overvloedig verkrijgbaar was, dus in de relatieve nabijheid van de produktiegebieden. Rivieren speelden uiteraard een belangrijke rol als "vervoermiddel" van bos via marktplaats naar scheepswerf. Een enkele boom kon over een korte afstand nog wel vervoerd worden op een "mallejan",- een kar met twee hoge wielen - maar voor grote hoeveelheden en afstanden was vervoer over water de enige mogelijkheid.

Zoals dat nog altijd gebruikelijk is, werden de bomen ook in onze gebieden over de Maas, Rijn en IJssel per vlot naar Dordrecht en Deventer getransporteerd. Ook werden hiervoor speciale schepen gebruikt, waarvan de "samoreus, of Keulenaar" wel de bekendste is.

Toen de Hollanders hun hout ook van overzee, uit het Baltische gebied, gingen betrekken, kon dat hout niet meer zo eenvoudig per vlot of schuit vervoerd worden. Voor dit overzeese houttransport werden vooral fluitschepen ingezet, die voorzien waren van speciale lastpoorten, waardoor de lange balken in het schip konden worden geladen. Hoewel dit transport per fluitschip veel duurder lijkt dan per vlot over de rivieren slaagde de Hollanders er toch in om hun zeeschepen economisch te produceren (16). We kunnen dit als een van de sleutels tot het succes van de Hollandse Gouden Eeeuw beschouwen. Het inkopen van ongezaagd hout en het vervolgens zelf zagen met behulp van houtzaagmolens - door windkracht aangedreven -heeft een belangrijke rol gespeeld in dit proces.

naar boven

Hout voor de Batavia

Ook in de jaren van de Verenigde Oostindische Compagnie bleven de productiegebieden rond de Oostzee de voornaamste leveranciers van hout voor de Nederlandse scheepsbouw.

Toen in 1985 de plannen voor de herbouw van de Batavia in een beslissend stadium waren gekomen, was uiteraard de belangrijkste vraag; waar kopen we hout en wat voor hout moet dat zijn? Het is duidelijk dat tegenwoordig grote houtmarkten als Dordrecht of Deventer niet meer bestaan. De keuzemogelijkheden in eikehoutsoorten is veel geringer dan in de 17de eeuw.

Verkrijgbaarheid van lengte, vorm en kwaliteit staat daarom voorop. Met behulp en bemiddeling van een Friese houthandelaar (17) met goede contacten in Denemarken, werd gezocht naar productiegebieden waar goed en gevarieerd scheepshout kon worden gehaald. Dit werd op verschillende Deense landgoederen onder andere op Funen, Seeland en Langeland aangetroffen. Het is daarbij wel zaak om, met het oog op de gewenste toepassing, het hout ter plekke in het bos te bekijken en aan te wijzen, zodat het ongezaagd - aan de stam - wordt geleverd.

Het courantere grenen werd vooral in Zuid-Duitsland [Zwarte Woud] aangekocht. Omdat het grenehout uitsluitend voor rechte stukken wordt gebruikt, is de vorm van het grenen minder bepalend voor het gebruik. Daarentegen is de structuur, de leeftijd en de afmetingen van het hout de kwaliteitsbepalende factor.

naar boven

Het Deense eikenhout

In Denemarken zijn in de 19de eeuw vele eikenbossen aangeplant, mede omdat de eik een van oorsprong aldaar inheemse boomsoort is. Het zaaigoed - de eikels - van andere dan inheemse herkomst zijn in het algemeen minder geschikt om weerstand aan het klimaat te bieden. Desondanks is gebleken dat de Nederlandse eik, wanneer uitgezaaid in Denemarken, het daar opvallend goed doet (18). De Nederlandse bomen zijn slanker, en men heeft bij gelijke hoeveelheden zaaizaad, bij eiken uit Nederlandse eikels een groter aantal bomen dan bij eikels van Deense herkomst (19). 

naar boven

Toegepaste houtsoorten in de Batavia (1985)

Eiken

Is afkomstig van de Zomer= en Wintereik, Quercus petraea en Quercus robur Wordt gebruikt voor alle scheepsconstructiedelen, zoals kiel, stevens, rompbeplanking, spanten, en kimwegers. Voor de inwendige versterkingen zoals knieen, kattesporen, schaarstokken en lijfhouten .Voor de dragende constructie delen, zoals dekbalken, balkwegers en stutten. In de tuigage is eikenhout toegepast voor,- onder andere - de marsen, de zalingen en de ezelshoofden.

Essen

Europees Essehout, Fraxinus excelsior is gebruikt voor de blokken en voor de helm- en kolderstok.

Grenen

Is afkomstig van - de bij ons bekend zijnde - Grove Den, ook wel "Mastboom" genoemd, Pinus sylvestris, in Zuid Duitsland worden mooi opgaande Grove Dennen heden ten dage - nog steeds - "Hollanders" genoemd. Dit hout is, zoals uit het bovenstaande reeds op te maken valt, gebruikt voor al de rondhouten, dit zijn onder andere, de masten, de ra's de stengen, en vlaggestokken.
Ook aan het schip zelf is deze houtsoort vele malen verwerkt, men vindt het terug in de dekken, de fortuining (20), de inwendige schotten en ter bescherming van de kostbare eiken rompbeplanking, de dubbeling.

Lariks

Een hele mooie Lariks, Larix spec-div-, afkomstig uit de Koninklijke tuin van Kopenhagen sierde het voorschip van de Batavia als boegspriet.
[NB: deze boegspriet is in 1999 vervangen door een nieuw, grenen exemplaar - noot Red.]

Demarara Groenhart

Een harde en zeer sterke houtsoort,Ocotea rodiaei, afkomstig uit Suriname.Deze houtsoort heeft buitengewone sterkte eigenschappen. De nagels, of assen, van de blokken zijn van deze houtsoort vervaardigd.

Pokhout

Veel blokschijven zijn gemaakt van dit hout, mede om zijn zelfsmerende werking. De wetenschappelijke naam van dit hout is Guaiacum officinale, het is een der hardste en zwaarste houtsoorten ter wereld. Uit dit hout werd vroeger een geneeskrachtige olie geextraheerd die tegen vele kwalen werd gebruikt vandaar dat men het ook wel Lignum vitae of "levenshout" noemde. Het is afkomstig uit het caribisch gebied en Midden Amerika. Na Columbus kreeg Europa geregeld aanvoer van deze houtsoort. Witsen schrijft hierover; Eipen [iepen] en Pockhout is bequaem om scheepsblokx en schijven van te maken. Let wel iepen voor het huis, pokhout voor de schijven!

Lindehout

De wetenschappelijke naam van deze houtsoort is Tilia spec= div= [dit is van diverse lindesoorten]. Een houtsoort licht van gewicht, bij 12% vochtgehalte is het gewicht c.a.540 kg/M3.
Cornelis van IJk: Het hout voor de leeuw, "diend te wesen gezond Willigen [Wilgehout] of Linden, hiertoe wel het beste is. Greinen [Grenehout] te scheurig, en Ypen [Iepehout] te wigtig valt". Vandaar dan ook de Lindehouten Batavia-galjoensleeuw. 

naar boven

 

Noten

  • (1) S Hart, Geschrift en getal. Hollandse studien 9. blz 71.
  • (2) De mogelijkheid een om goed dendrogronologisch totaalbeeld te krijgen is niet aanwezig. Het op de Houtman Abrolhos in Australië gevonden materiaal is te beperkt [bakboord achterschip] om een goed totaaloverzicht van het gebruikte hout in de oorspronkelijke Batavia te krijgen. Daarbij komt de vraag of het verantwoord is uit het beschikbare materiaal boormonsters te nemen.
  • (3) Witsen en Van IJk, zie hieronder.
  • (4) Aeloude en hedendaegsche Scheepsbouw en bestier, door Nicolaes Witsen. 1671. blz 178-179.
  • (5) De Nederlandsche Scheepsbouw-konst open gestelt. door Cornelis van Yk. 1697. blz 35-46.
  • (6) Bouwbedrijf en houtgebruik in het verleden. door H Janse. [houtvoorlichting okt= 1960 blz 19].
  • (7) Maritieme geschiedenis der Nederlanden deel 1 blz 165-166. redactie G. Asaert.e.a. 1976.
  • (8) Aeloude en hedendaegsche Scheepsbouw en bestier. door Nicolaes Witsen. 1671. blz 179.
  • (9) De Nederlandsche Scheepsbouw-konst open gestelt. door Cornelis van Yk. 1697.blz 46.
  • (10) Bouwers en bouwen in het verleden. door H Janse. 1965. blz 113.
  • (11) Journaal van inkomsten en uitgaven van de VOC Kamer Amsterdam 1602 - 1608. ARA-VOC archief inv no 7142.
  • (12) Sparraven = sparren. Capravens = getopte revelaars of sparren uit Revel. Berkoenen = paaltjes ter bescherming van de zeeweringen [zg perkoenpalen]. Wagenschot, oorspronkelijk kwartiers gekloofd eikehout. Claphout, pijphout is hout bestemd voor vat duigen. overgenomen uit "houtaanduidingen" Bos en houtberichten, stichting Bos en Hout. 1989 no 7.
  • (13) Beschrijvinge van de Oostindische Compagnie, eerste boek deel 1. door Pieter van Dam. blz 453-454. Redactie F W Stapel 1927. Rijksmuseum Nederlands Scheepvaartmuseum. cat 87 mi 27 BIII inv no A 727.
  • (14) Stoothout is stuit of boeghout, deel van het berghout met grote boegronding. Zeilvaart Lexicon, door J van Beylen. 1985.
  • (15) Djatihout of Javateak. Tectona grandis.
  • (16) Maritieme geschiedenis der Nederlanden. deel 1 blz 165-166. redactie Dr G Asaert. 1976.
  • (17) Houtcompagnie "Almenum" te Harlingen.
  • (18) "Eikencultuur in Denemarken" door L A Hauch, Kopenhage 1920. Vertaling E Hesseling. Tijdschrift Nederlandse Heidemaatschappij, jaargang 1920 no 4 en 5. [archief Heidemij adviesbureau bv.]
  • (19) Bosbouwtijdschrift 1991. Verslag K.N.B.V. excursie 1990 naar Denemarken, door J J Borgesius en G van Tol blz 54.
  • (20) Fortuining is de rompbeplanking van de campagnedekken.

© Bataviawerf, Lelystad NL/ Nan Porsius

 

Hoewel in de Nederlanden van nature maar weinig voor de scheepsbouw geschikt bos voorkwam, mag de Nederlandse scheepsbouw van de 17de eeuw toch een belangrijke industrie genoemd worden. Het hout werd voor het grootste deel geimporteerd.
De vraag is nu waar men het hout voor al die schepen vandaan haalde. Waar lette men op bij de inkoop van deze belangrijke grondstof en was er verschil in kwaliteit tussen verschillende herkomstgebieden? Een moeilijkheid bij dit onderzoek is dat de literatuur over de geschiedenis van de Nederlandse houthandel schaars en onvolledig is (1).

In het licht van de reconstructie van de Batavia kunnen we ons de vraag stellen welke houtsoorten in de vroege 17de eeuw door de VOC werden aangekocht en voor de bouw van Oostindievaarders gebruikt. Onderzoek van dit 17de eeuws houtgebruik zou ons iets kunnen leren of er specifieke eisen aan het hout gesteld werden om er een Oostindievaarder van te kunnen bouwen.

Deze herkomst van het hout is niet zonder meer vast te stellen aan de hand van archeologisch materiaal. Weliswaar bestaat er een tak van wetenschap die "dendrochronologie" wordt genoemd, maar deze is voornamelijk bedoeld om de ouderdom van het hout vast te stellen. Theoretisch gesproken zou"spectografisch" onderzoek van, bijvoorbeeld de resten van de in 1629 voor de kust van Australië vergane "Batavia", enig licht kunnen werpen op de chemische samenstelling van het hout. Daarmee zouden we kunnen achterhalen wat de samenstelling is geweest van de oorspronkelijke voedingsbodem van de boom en daarmee wellicht ook de groeiplaats (2). Omdat ons voor zulk diepgaand ondezoek de practische mogelijkheden ontbreken. moeten we dit maar als toekomstmuziek beschouwen en ons voorlopig richten op "traditioneel" historisch onderzoek van geschreven bronnen materiaal.

In dit artikel zullen we eerst bekijken wat contemporaine (3) 17de eeuwse literatuur en bronnen ons over dit onderwerp leren; daarna volgt een inventarisatie van overige bronnen die iets kunnen vertellen over de herkomst van 17de eeuws scheepshout. Tenslotte zullen we ook enige aandacht besteden aan de herkomst van de houtsoorten die voor de bouw van de moderne Batavia zijn aangewend.

 naar boven

 

Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter
Volg ons op TwitterVolg ons op TwitterVolg ons op Twitter

Tweet wordt geladen...
Volg op Twitter >

Laatste Facebook bericht wordt geladen...
Volg op Facebook >

Copyright 2009 Bataviawerf, Ontwikkeling & Realisatie PM Webdesign, Swifterbant
Volg ons op Twitter
Bekijk ons op Flickr
Bekijk ons op You Tube